Romance
In de romance zijn veel teksten en melodieën uit het flamencorepertoire te herkennen. Deze stijl heeft invloed gehad op oervormen van de flamenco zoals de cañas, de jaleos, de polos, de martinetes, de tonás, de soleares, de romeras, de villancicos, de nanas en ook op de saetas, de peteneras, de seguiriyas en de bulerías.
De eerste flamencozangers uit Cádiz waren uitstekende romancistas. Ze gebruikten de romances als vermaak, om oude verhalen te vertellen.
De alternatieve benaming is corridos of corridas, in verband met de continuïteit van de verzen – die aaneengesloten worden gezongen – in tegenstelling tot de overige flamencostijlen, die bestaan uit losse verzen zonder narratieve of verhalende lijn. In 1971 publiceerde de onderzoeker Luis Suárez Ávila een brochure met de titel „Corridos, corridas o carrerillas, verdadero origen del cante flamenco”. Het is een waardevol geschrift waarin de romancero van de zigeuners uit El Puerto de Santa María (Cádiz) wordt doorgenomen.
De meest verbreide romances hebben karakteristieke melodieën, maar missen een duidelijk identificeerbare melodie. Het gaat om één of meerdere stijgende verzen die afgesloten worden met een dalend vers. De spanning van het verhaal wordt vastgehouden en de dalende cadensen worden bewaard voor het slotvers. De romance wordt gezongen zonder gitaarbegeleiding, vrij, zonder vaste maat. Wanneer er wél gitaar bij klinkt, neemt hij het compás aan van een danbare soleá, van de jaleo extremeño of zelfs van de meer uitbundige bulerías. De tonaliteit van de romances ligt in mineur en majeur, al is de romance met gitaar meestal gelijk aan de bulerías por soleá in de flamencotoonladder. Qua tekst gaat het om een opeenvolging van assonante rijmen in de even verzen. De oneven verzen blijven vrij. Er is een minimum van vier verzen, dat men ook een copla zou kunnen noemen. De meest voorkomende romance is de achtlettergrepige, maar er zijn ook romances die „heroïsch” worden genoemd (van het hogere verschema).