Garrotín
Garrotín is een flamencostijl afkomstig uit de Asturische folklore; men neemt echter aan dat hij is ontwikkeld door de zigeuners uit Lleida en later uit Barcelona. Volgens deze theorie zou de garrotín de enige dans en zang zijn die buiten Andalusië is ontstaan (naast de rumba en de Jaleo).
Dat hij in de flamenco is opgenomen via de Catalaanse zigeuners, is zeer waarschijnlijk, aangezien zijn oorsprong ligt in het ritme van de tango. Hij heeft een levendig tangoritme in een grote toonsoort.
Garrotín was bijzonder populair totdat hij in de jaren dertig verdween. Carmen Amaya, een Catalaanse zigeunervrouw, was degene die hem levend hield en zijn heropleving in de jaren zeventig mogelijk maakte. Het lied wordt begeleid door een dans die zijn bloeitijd kende in de eerste jaren van de 20e eeuw. De structuur bestaat uit strofen van vier achtlettergrepige verzen, waarbij het tweede en het vierde vers rijmen en er tussenin een refrein wordt herhaald.