Het Andalusische costumbrismo
Aan het eind van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw ontstond, dankzij een reeks factoren, wat bekend werd als het Andalusische costumbrismo.
Allereerst regelde Karel III in 1783 de sociale situatie van de Roma. Deze gebeurtenis was van groot belang in de geschiedenis van de Spaanse Roma. Na eeuwen van vervolging en uitsluiting verbeterde hun juridische positie aanzienlijk.
Na de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1808–1812) bloeide het gevoel van trots op de eigen afkomst op, als tegenhanger van het prototype van de verlichte, verfranste man.
Het figuur van de majo won aan kracht, beschouwd als het prototype van gratie, individualisme en typisch Spaans karakter. In die sfeer triomfeerde de cañí-mode. Het casticismo ziet in de gitano zijn model van individualisme. Ook de taurinescholen van Sevilla en Ronda kenden een sterke bloei.
Daarnaast was er de opkomst van struikrovers, en die fascinatie die romantische reizigers uit heel Europa voelden voor “het Andalusische”.
Al deze elementen vormden een smaak voor dat Andalusische costumbrismo. Een smaak die triomfeerde aan het hof van Madrid.

Andalusische scène (1849), Joaquín Domínguez Bécquer