Taranto
De taranto is een flamencostijl die zijn oorsprong heeft in Almería. Hij stamt af van de taranta. Hij onderscheidt zich daarvan doordat hij een vaste maat volgt, wat de dans mogelijk maakt, vergelijkbaar met die van de zambra mora. De taranto komt uit het mijngebied van Almería.
De eerste die hem zong was Pedro el Morato, hoewel ook “El Cabogatero” (1810-1880) en "El Ciego de la Playa" (geboren rond 1840) genoemd kunnen worden. Ook moet Juan Abad Díaz “Chilares” worden vermeld, die in 1868 werd geboren in Zapillo, een wijk van Almería. Omdat hij afkomstig is uit het mijngebied van Almería, wordt de taranto beschouwd als één van de cantes de las minas (fandango, taranto en taranta). Zijn ontwikkeling vond plaats in Almería, tijdens flamencozangavonden tussen de 19e en 20e eeuw, prachtig omlijst door drie cafés: dat van “Frailito” (Plaza de Santo Domingo), “España” (C/ Sebastián Perez, nu General Rada) en “Lyon de Oro”.
De flamencovereniging “El Taranto” zorgt ervoor dat de traditie van deze zangvorm wordt voortgezet. In de dans wordt Carmen Amaya beschouwd als de moeder van de taranto in de jaren veertig. De taranto had rijke relaties met de stijlen uit de regio Murcia, waarvan de gemeenschappelijke factor het mijnleven en zangers als El Morato en Chilares waren, die heen en weer trokken tussen Cartagena en Almería.
Rojo el Alpargatero bracht een groot deel van zijn leven in Almería door. Er waren ook invloeden vanuit Jaén, Linares en La Carolina. De taranteros en de mijnwerkers gingen om met de beroemdste flamencozangers uit Jaén, zoals Basilio, Los Heredia, El Bacalao, El Cabrerillo en el Tonto Linares. De verbindende schakel was de mijnspoorlijn Almería-Linares.
Tussen Almería en Málaga was er eveneens veel activiteit en uitwisseling in de flamencowereld. In 1881 werd de grote zangeres La Rubia de Málaga gecontracteerd door het casino van Almería. Haar verblijf daar verklaart dat de zang van "El Ciego de la Playa" invloed had op de malagueña van "El Canario", de minnaar van La Rubia de Málaga. Antonio Chacón leerde deze stijl ook kennen toen hij naar Almería ging om de lokale zangvormen te ontdekken.