Minera
De minera is een stijl van flamencozang die eigen is aan het mijngebied van Cartagena-La Unión. In de 19e eeuw ontwikkelden zich in dit gebergte de cantes minero-levantinos. Ze waren het resultaat van de grote migraties naar deze streek van Andalusische arbeiders, vooral uit Almería.
De minera verscheen in het midden van de 19e eeuw en ontstond als afgeleide van lokale Fandangos die al bestonden in de Sierra de la Unión (Murcia). De schepper van deze flamencozangstijl was El Rojo el Alpargatero. Zijn zoon bewaarde de stijl en voegde er nieuwe varianten aan toe. In de jaren 50 kende de minera een heropleving nadat ze enkele jaren verdwenen was.
De strofe van de minera bestaat uit vier of vijf verzen van acht lettergrepen. De thema’s hebben meestal te maken met de mijn en haar arbeiders. Het is een sobere zang met een moeilijke interpretatie. Er bestaan twee soorten minera’s: de afgeleide van de lokale fandangos, zoals eerder vermeld, die behoort tot de cantes del Levante, en daarbinnen de zogenaamde cantes de las minas. Deze laatste vormen tegenwoordig een heel duidelijk gedefinieerde modaliteit van de taranta.
Hoewel de minera tegenwoordig nog steeds levend is in het gebied waar zij ontstond, nemen de huidige zangers haar meestal niet op in hun optredens. Sommigen doen dat echter wel in hun discografie. Het is een zang die sterk gebonden is aan de grenzen van haar geboortestreek.