Martinete
De martinete is als flamencostijl een gezang met een copla van vier verzen van acht lettergrepen.
Hij wordt beschouwd als een variant van de toná, net als de carcelera, en vindt zijn oorsprong in smederijen en ijzergieterijen. De teksten kenmerken zich door een droevige inhoud en een eenstemmige, monotone toon, die eindigt in lange klaaglijke "quejíos". Omdat het een toná is, wordt hij gezongen zonder gitaarbegeleiding, al wordt hij soms wel begeleid door de typische geluiden van de smidse, zoals een sloophamer die op metaal slaat.