Malagueña
De malagueñas zijn, zoals de naam al aangeeft, een traditionele flamencostijl uit Málaga. Ze zijn afkomstig van de oude Malagaanse fandangos.
In de eerste helft van de 19e eeuw ontwikkelde het zich tot een flamencostijl. Hoewel deze zang geen eigen dans heeft, beschikt hij wel over een groot melodisch bereik. Het is een ad libítum-zang –de zanger rekt de verzen naar eigen inzicht. Soms vertraagt hij het compás en andere keren haalt hij het juist naar voren-.
De begeleiding gebeurt met de gitaar “por arriba”. Dankzij de ritmische vrijheid wint de gitaar aan rijkdom en complexiteit in de melodieën van de malagueña. In tegenstelling tot de plaatselijke fandango wordt het spel van de malagueña steeds langzamer en meer gedragen, waardoor een uitzonderlijke rijkdom wordt bereikt.
De zang van de malagueña bestaat uit een copla van vier of vijf octosyllabische verzen. Doorgaans worden het er zes doordat een vers wordt herhaald. Het is een plechtige en melodieuze zang. In de stemmen van Chacón en Enrique el Mellizo krijgt hij zo de status van cante grande. Er bestaan verschillende typen malagueñas, voortgekomen uit de persoonlijke creaties van de uitvoerders, geboren in Málaga of in andere delen van Andalusië. Diego Clavel nam op plaat tot wel 47 varianten van malagueñas op.
Sommige auteurs menen dat de eerste malagueñas ontstonden met Juan Breva. Anderen wijzen naar Juan Reyes “El Canario” en beschouwen de malagueñas van Juan Breva als “abandolao”-fandangos. Álora, de plaats waar “El Canario” werd geboren, geldt dan ook als de wieg van de malagueña. Ook bekend zijn de malagueñas van “Niño” Tomares, van “La Trini” en die van maestro Ojana. Van de zang van Enrique “el Mellizo”, Chacón en Fosforito “el Viejo” wordt gezegd dat daaruit de “nieuwe malagueñas” zijn voortgekomen –een evolutionaire sprong die men “overgangsmalagueñas” is gaan noemen.
Aan het eind van de jaren 90 beleefde deze zang een heropleving met de “Malagueñas de Fiesta”. Dat was te danken aan de Malagueñawedstrijd, het Memorial José María Alonso. Er werden nieuwe malagueñas gecreëerd, met respect voor ritme en compás om ze dansbaar te maken. Francisco Soler is de auteur van verschillende “Malagueñas de Fiesta” uit die periode.