Caña
De caña is een flamencostijl die historisch wordt gezien als de belangrijkste. In de Escenas Andaluzas van Estébanez Calderón noemde hij de caña de “oertronk van de Andalusische zangstijlen”. García Matos –hoogleraar– stelde dat de caña afkomstig was van een zeer oud Andalusisch lied. Maar andere auteurs betwisten deze muzikale etymologie gedeeltelijk. Zij brengen haar in verband met de soleá of met de toná –dit laatste voorstel is moeilijk te bewijzen–.
De caña heeft in de loop van haar geschiedenis vele veranderingen ondergaan. Curro Dulce, Silverio en Antonio Chacón waren de zangers (cantaores) die er het best in slaagden de essentie van de caña te vatten. Chacón verzachtte haar en gaf haar een ideaal ritme.
Tegenwoordig is de caña een zangstijl die weinig wordt gekozen, noch door de vertolkers, noch door het publiek. Dit komt door haar monotone karakter en het beperkte emotionele gehalte. In plaats daarvan geeft men de voorkeur aan de seguiriya en de soleá.