Alegría
De alegría is een feestelijke flamencostijl uit de groep van de „cantiñas” (gezangen uit Cádiz).
De strofe of copla bestaat uit vier verzen van acht lettergrepen, ook wel gelijknamige strofe genoemd: alegría. De melodie is feestelijk en nodigt uit tot dans. Het ritme wordt bepaald door de maatstructuur van de soleá, met als verschil dat het tempo aanzienlijk sneller is.
De oorsprong lijkt af te stammen van de Navarra-Aragonese jota, die wortel schoot in Cádiz ten tijde van de Franse bezetting en de Cortes van Cádiz. Daarom bevatten de klassieke teksten verwijzingen naar de rivier de Ebro, de Maagd van de Pilar en Navarra.
Men denkt dat Enrique Buitrón degene was die in de flamenco de huidige stijl van de alegrías vastlegde. Ignacio Espeleta zou degene zijn geweest die het kenmerkende „tiriti, tran, tran…” introduceerde. Deze stijl is vertolkt door bekende artiesten als Enrique Mellizo, „Pinini”, Pericón de Cádiz, La Perla de Cádiz, Chato de la Isla, Aurelio Sellés, „El Folli” en Chano Lobato.