Alboreá
De alboreá is een soort cante waarvan de naam komt van de coupletten “alboradas” (die verwijzen naar de dageraad of het eerste licht van de ochtend). De alboreás zijn liederen van Castiliaanse oorsprong.
Het is een cante die zelden wordt uitgevoerd tijdens flamencorecitals, omdat hij omgeven is door bijgeloof. Gewoonlijk wordt hij gezongen op zigeunerbruiloften, waarbij de tekst van de copla is verbonden met de sfeer van deze feesten. Daarom vinden de meeste zigeunerzangers dat deze cante voor die gelegenheid gereserveerd moet blijven en niet daarbuiten gezongen mag worden.
De tekst bestaat meestal uit 4 verzen van 7 lettergrepen en een refrein. De metriek is variabel. Traditioneel wordt hij gezongen op het ritme van een seguidilla, hoewel de modernere alboreás worden uitgevoerd met het ritme van bulerías.